< p>

In de vorige blog gaven we het al aan. Het ideale leren gebeurt steeds vaker op de manier die de cursist het beste past. Dat vraagt om een hele andere invulling van het proces rond de organisatie van de cursussen. In deze blog gaan we daar wat dieper op in. 

 Flexibel en meer gepersonaliseerd leren zijn actuele thema’s voor aanbieders van opleidingsactiviteiten. Het gaat er dan om dat een cursist zelf kan kiezen wat, hoe, in welke volgorde en met welke begeleiding hij gaat leren. Als trainingsbureau bied je de cursussen niet meer via een vaste programmering aan, maar als een soort streamingsdienst. Maar hoe realiseer je die flexibiliteit in je programma? En hoe zorg je ervoor dat de trainingen aansluiten op hetgeen de markt vraagt, zodat jij er ook genoeg aan blijft verdienen? 

Een leven lang leren 

Door de intrede van het informele leren zijn leer- en werkprocessen steeds meer met elkaar geïntegreerd. Iedereen die werkt is aan het leren. Elke dag weer. Ontwikkeling is daarbij een integraal onderdeel van het werk. Werknemers beslissen vaak zelf wat ze nodig hebben aan ontwikkeling om hun werk goed te kunnen blijven doen. Daarbij kiezen ze zelf wat, hoe en wanneer ze willen leren. Ze willen precies genoeg leren en op het moment dat het hen uitkomt. Hiervoor is een gevarieerd en passend trainingsaanbod nodig. Om zo’n cursusprogramma mogelijk te maken, moet je weten waarom de cursist iets wilt gaan leren. 

Wat kan mijn organisatie bijdragen? 

Cursisten leren vanuit verschillende motivaties. Ze willen leren uit nieuwsgierigheid, omdat ze hun blik willen verruimen, ‘bij willen blijven’, zichzelf willen ontwikkelen, of omdat ze bepaalde nieuwe kennis echt nodig hebben, om verder te kunnen in hun werk. Om te komen tot voorzieningen die recht doen aan de vragen van cursisten is het nodig om deze ontwikkelingen, vragen en problemen te signaleren. Dit kun je bijvoorbeeld doen door de cursisten van tevoren te laten vastleggen wat de impact van de opleiding op het werk moet zijn, en wat hiervoor nodig is.  

Opleidingsmix 

Veel zaken die nu nog worden betiteld als informeel leren, moeten worden geformaliseerd en ingebracht in de propositie van de opleiders. De cursist kiest straks ook niet meer tussen een klassikale cursus, een blended learning traject of bijvoorbeeld zelfstudie. Nee, ze stellen een opleidingsmix samen waarbij ze verschillende kanalen of media benutten en verschillende instructievormen. Zo kunnen zij kiezen uit de vorm waarin zij willen leren, welke rol de docent in dit proces heeft en wat zij aan middelen nodig hebben om zich verder te kunnen ontwikkelen. Een grondige onderwijskundige analyse en een professioneel ontwerp moet aan deze opleidingsmix ten grondslag liggen. 

Van kostenpost naar noodzakelijke investering 

Voor het gehele proces is het belangrijk om naar buiten te blijven kijken en samen te werken. Door meer samen te werken met marktpartijen kan je beter inspelen op de behoeftes van organisaties en haar medewerkers. Je moet je steeds weer afvragen: wat kan mijn opleidingsorganisatie hieraan bijdragen? Zo kan je al in een vroeg stadium inspelen op de ontwikkeling van de juiste competenties. Zaken als coaching, expertmeetings, klassikaal onderwijs, e-learning en machine training kun je gecombineerd inzetten op basis van zowel kwaliteitseisen als rendementseisen. Alleen dan worden opleidingen erkend als een waardevolle investering in het menselijk kapitaal van een organisatie, en niet als kostenpost.  

Menukaart 

Zo kom je uiteindelijk tot een compleet blended leermodel waarbij de cursist verschillende manieren om zich te ontwikkelen kan kiezen. Dit kan via individuele zelfstudie online en in de praktijk. Op het werk door samenwerkend te leren. En op locatie via experts. Als cursusorganisatie maak je het mogelijk dat de cursist kiest uit een “menukaart” welke trainingen hij wil doen en op welke manier hij dat wil doen. Dit vraagt weer om een andere organisatie van je cursusadministratie. Daar gaan we in de volgende blog dieper op in.